Veiligheid op de werkvloer is niet alleen een kwestie van gezond verstand, maar ook van wettelijke verplichtingen. Eén van die verplichtingen is het correct aangeven van nooduitgangen. Voor veel MKB-ondernemers is het niet direct duidelijk wat er precies wél en niet verplicht is. Moet er een pictogram hangen? Moet dat verlicht zijn? En wanneer moet je hier eigenlijk aan voldoen?
We zetten de regels helder op een rij.
Wat zegt de wet over nooduitgangen?
Volgens het Bouwbesluit 2012 – de wet die regels stelt aan veiligheid in en om gebouwen – moet elke ruimte waar mensen verblijven, veilig kunnen worden verlaten bij nood. Daarvoor moeten nooduitgangen duidelijk zichtbaar en permanent gemarkeerd zijn.
De Arbowet vult dit aan: als werkgever ben je verplicht om maatregelen te nemen die zorgen voor een veilige evacuatie van je werknemers en bezoekers. Het juist aanduiden van vluchtroutes en nooduitgangen valt daaronder.
Moet het een icoon zijn?
Ja. De Nederlandse wet schrijft voor dat de aanduiding van nooduitgangen moet voldoen aan de NEN 3011-norm. Dat betekent dat je een groen-wit pictogram gebruikt met een rennend mannetje en een pijl. Dit is het zogeheten “vluchtwegaanduidingspictogram”. Er mag geen tekst zoals “uitgang” of “exit” als enige aanduiding worden gebruikt – een icoon is verplicht. Wel kun je het combineren met tekst, zolang het pictogram maar goed zichtbaar blijft.
En hoe zit het met verlichting?
Als er in jouw bedrijf sprake is van een ruimte die ook zonder daglicht gebruikt wordt – denk aan een winkel, restaurant of kantoor met afgesloten ruimten – dan moet de nooduitgangsaanduiding verlicht zijn. Dit kan op twee manieren:
- Intern verlichte aanduiding – een bordje dat zelf licht geeft (meestal led).
- Extern verlichte aanduiding – een bordje dat aangelicht wordt door een lamp.
Daarnaast is noodverlichting verplicht als bij stroomuitval het gewone licht uitvalt. De vluchtwegaanduiding moet dan nog steeds zichtbaar blijven. Je hebt dus óf noodverlichting nodig die het pictogram blijft aanlichten, óf een armatuur met een eigen accu. Dat laatste wordt het meest toegepast.
Kleine onderneming? De regels blijven hetzelfde
Of je nu een kleine kapsalon runt of een magazijn met tien man personeel – als jouw bedrijf toegankelijk is voor werknemers of klanten, gelden dezelfde basisregels. De omvang van je onderneming maakt dus niet uit voor de noodzaak van een correcte aanduiding.
Wat gebeurt er als je niets regelt?
Als je geen (juiste) nooduitgangsaanduiding hebt, loop je risico bij een inspectie van de brandweer of de arbeidsinspectie. Daarnaast ben je bij een incident kwetsbaar in aansprakelijkheid: niet alleen juridisch, maar ook moreel. In het ergste geval kan het leiden tot boetes of sluiting bij ernstige overtredingen.
Conclusie: zorg dat je voldoet aan de norm
De juiste pictogrammen, op de juiste plek, goed verlicht: dat is de kern. Het is een kleine moeite, maar een belangrijke investering in veiligheid én in je verantwoordelijkheid als ondernemer. Laat je eventueel adviseren door een erkend installateur of controleer je gebouw op basis van de richtlijnen van NEN 3011 en NEN-EN 1838.
Kortom: als het misgaat, wil je niet twijfelen over de weg naar buiten. Zorg dat die altijd duidelijk is – letterlijk en figuurlijk.